Self–assessment als onderdeel in de kabinetsformatie

Bewindspersonen hebben altijd al een belangrijke voorbeeldfunctie gehad. Het behouden en bevorderen van de eigen integriteit is tegenwoordig, in het licht van de nationale en internationale ontwikkelingen aangaande de aanpak van ondermijning, corruptiebestrijding, de bevordering van de rechtsstatelijkheid en een weerbaar en integer bestuur, echter van groot belang.

Een self-assessment risicoanalyse integriteit is een hulpmiddel voor kandidaat-bewindspersonen dat zich richt op bewustwording en inventarisatie van risico’s om de eigen integriteit blijvend te bevorderen. Een dergelijke risicoanalyse integriteit is reeds gebruikelijk bij de benoeming van decentrale bestuurders na verkiezingen.

In de brief van 20 december 2002 (Kamerstukken II 2002/03, 28754, nr. 1) is uiteengezet welke procedure de formateur ten aanzien van de beoordeling van kandidaat-ministers en -staatssecretarissen hanteert. Tijdens de kabinetsformatie wordt in het gesprek van de formateur met de kandidaat-bewindspersoon nagegaan of bepaalde gebeurtenissen in het heden of verleden van negatieve invloed zijn op het functioneren van de kandidaat als bewindspersoon, dan wel het kabinet in een moeilijke situatie brengen.

Het gesprek met de formateur heeft als meerwaarde dat er mede op basis van drie feitenonderzoeken en het self-assessment, (wederzijdse) bewustwording ontstaat over de eventuele risico’s en kwetsbaarheden en dat er in goed overleg maatregelen kunnen worden getroffen die (de schijn van) belangenverstrengeling tegengaan. Het is de blijvende verantwoordelijkheid van kandidaat-bewindspersonen om integriteitsrisico’s en kwetsbaarheden in beeld te brengen. Tevens is het de verantwoordelijkheid van politieke partijen en fracties zelf om een eigen integriteitsbeleid te voeren met het oog op de integriteit van (aankomende) politieke ambtsdragers.

Het self-assessment zal worden opgenomen in het zogenaamde ‘blauwe boek’, het Handboek bewindspersonen.

 

 

 

Terug